Aanmelden
E-mail:

Wachtwoord:

Registreer
Wachtwoord vergeten?
Nieuwsbrief
Navigatie

Manisch-depressieve stoornis


Algemeen

Ook gekend als: Bipolaire stoornis

Wat is manisch-depressieve stoornis?

Welke zijn de oorzaken?

Wanneer dient u een arts te raadplegen?

                       




Wat is manisch-depressieve stoornis?

Mensen met een manisch-depressieve stoornis hebben hevige stemmingswisselingen, zonder dat daar een duidelijke aanleiding voor is. De stemmingen bewegen van het ene uiterste naar het andere: van manie naar depressie. Bij een manie hoort een uitgelaten en opgewekte stemming. Men voelt zich energiek en heeft het gevoel de hele wereld aan te kunnen. Het tegenovergestelde is een depressie: een sombere stemming, waarin aan niets plezier wordt beleefd en men zich erg onzeker en moe voelt. De manische en depressieve periodes worden episodes genoemd. Tussen de episodes is de stemming in evenwicht. Hoe vaak episodes voorkomen en hoe lang ze duren, verschilt van persoon tot persoon.

Kenmerken van een manie

gedachten en gevoelens

  • overdreven uitgelaten;
  • onoverwinnelijk voelen;
  • direct behoefte willen bevredigen (bijvoorbeeld meteen auto willen kopen);
  • concentratieproblemen;
  • te veel zelfvertrouwen;
  • chaotische gedachten.

lichamelijk

  • slaapstoornissen (verstoord dag- en nachtritme);
  • uitputting;
  • gewichtsverlies;
  • veel energie;
  • onrust;
  • meer behoefte aan seks.

gedrag

  • snel praten;
  • actief zijn;
  • makkelijk contact maken;
  • impulsief en extreem gedrag;
  • drank en drugs gebruiken;
  • aan veel verschillende dingen beginnen maar niets afmaken.

Kenmerken van een depressie

gedachten en gevoelens

  • prikkelbaarheid;
  • angst;
  • minder gevoel hebben;
  • schaamte- en schuldgevoel;
  • negatieve opvattingen over zichzelf;
  • onzekerheid;
  • idee dat alles zinloos is;
  • schuldgevoelens;
  • concentratieproblemen;
  • piekeren;
  • uitstellen van beslissingen;
  • denken aan de dood.

lichamelijk

  • slaapstoornissen (verstoord dag- en nachtritme);
  • eetproblemen;
  • gespannenheid;
  • lusteloos, weinig energie;
  • onrust;
  • hoofdpijn;
  • minder of geen behoefte aan seks.

gedrag

  • contact vermijden;
  • minder of niets meer doen;
  • in zichzelf gekeerd zijn;
  • zichzelf verwaarlozen.

Mensen met een manisch-depressieve stoornis gebruiken vaker alcohol en drugs en hebben vaak ook andere psychische stoornissen, zoals angststoornissen. Een groot deel van de mensen is tijdens een ernstige episode een of meerdere keren psychotisch geweest. Tijdens een psychose denkt men niet meer realistisch na (wanen) en neemt men dingen waar die er niet zijn (hallucinaties). Een psychose komt meestal voor tijdens manische episodes, soms ook bij depressies.

Een manisch-depressieve stoornis kan behandeld worden met medicatie en psychotherapie. Daarnaast zijn er nog andere therapieën. Vraag meer informatie aan uw behandelend arts.

 


Welke zijn de oorzaken?

Waarom iemand een manisch-depressieve stoornis krijgt is niet geweten. Wel is geweten dat sommige mensen een aangeboren aanleg hebben en er gevoeliger voor zijn dan anderen. Dat hoeft niet te betekenen dat zij ook altijd een manie of depressie zullen krijgen. Hiervoor is er een aanleiding nodig, iets waardoor de manisch-depressieve stoornis wordt ‘uitgelokt’.

Uitlokkende factoren:

  • Ingrijpende gebeurtenis, bijvoorbeeld:
    • overlijden naaste;
    • ontslag;
    • relatiebreuk.
  • Verandering in slaappatroon, bijvoorbeeld bij:
    • verstoring dag- en nachtritme (niet of minder slapen).
    • seizoenswisselingen (eerder wakker worden als het vroeger licht wordt, neiging vroeger te gaan slapen als het eerder donker wordt).
  • Medicatie.
  • Alcohol en drugs.
 


Wanneer dient u een arts te raadplegen?

Contacteer uw arts wanneer u zichzelf herkent in de kenmerken van een manisch-depressieve stoornis. De arts zal samen met u de mogelijke behandelingen bespreken en kan u doorverwijzen voor gespecialiseerde hulpverlening. 

 
 Vraag steeds het advies van uw arts en/of apotheker!

Aanverwante ziektebeelden: Angststoornis, Depressie