Aanmelden
E-mail:

Wachtwoord:

Registreer
Wachtwoord vergeten?
Nieuwsbrief
Navigatie

Kinkhoest


Algemeen


Wat is kinkhoest?

Welke zijn de symptomen?

Wanneer dient u een arts te raadplegen?

Wat kunt u er zelf aan doen?

                           




Wat is kinkhoest?

Kinkhoest of pertussis is een zeer besmettelijke ziekte aan de luchtwegen die wordt veroorzaakt door een bacterie (Bordetella pertussis). Kinkhoest komt vooral voor bij jonge kinderen. Kinderen jonger dan 1 jaar zijn gevoeliger voor ernstige complicaties, vooral als ze nog niet of niet volledig gevaccineerd zijn.

Kinkhoest wordt overgedragen:

  • via de lucht bij hoesten of niezen.
  • via direct contact met snot of slijm.

Kinkhoest kan leiden tot andere aandoeningen. Longontsteking en oorontsteking komen vaak voor. Door het voortdurende hoesten en braken kan het kind soms onvoldoende voedsel, vocht en zuurstof innemen. Daardoor kan uitdroging, vermagering en zuurstofgebrek ontstaan. Oog- en neusbloedingen, stuipen en hersenletsel komen zelden voor.

In het begin van de ziekte, merkt men vaak niet dat het om kinkhoest gaat. De ziekte is het meest besmettelijk in deze beginfase. Vanaf het begin van de verkoudheid tot ongeveer zes weken daarna kan uw kind de bacterie op anderen overdragen. Heel vaak zijn er al andere kinderen besmet voordat u weet dat een kind kinkhoest heeft.

Na besmetting duurt het 5 tot 21 dagen voordat men ziek wordt. Het duurt dan nog 2 weken voor de echte ‘kinkhoestbuien’ beginnen. Een behandeling met antibiotica voorkomt verdere verspreiding van de ziekte maar zal niet zorgen voor genezing. Uw kind kan best niet naar het kinderdagverblijf of naar school, tot het genezen is.

De vaccinatie tegen kinkhoest is opgenomen in het vaccinatieschema op een leeftijd van 8, 12 en 16 weken en op 15 maanden. Een herhaling is aanbevolen op de leeftijd van 5 tot 7 jaar (in het eerste leerjaar) en tussen 14 en 16 jaar (derde jaar secundair onderwijs).

De vaccinatie tegen kinkhoest die aan baby’s, kinderen en jongeren worden toegediend in het kader van het vaccinatieschema zijn gratis.
Afhankelijk van het ziekenfonds kan het vaccin ook gratis zijn voor:

  • zwangere vrouwen;
  • volwassenen die zich, naar aanleiding van een herhalingsinenting tegen tetanus en/of difterie, laten vaccineren door het drievoudig combinatievaccin tegen difterie, tetanus en kinkhoest.

Uw arts dient, in deze situaties, het vaccin rechtstreeks bij de Vlaamse overheid te bestellen. U mag dit dan niet zelf afhalen bij uw apotheker.

Het vaccin en het doormaken van kinkhoest zorgen er niet voor dat u nooit meer kinkhoest kunt krijgen. Hierdoor is het belangrijk dat alle volwassenen zich opnieuw laten vaccineren voor kinkhoest. Vraag hiervoor advies aan uw huisarts.
Het vaccin is belangrijk voor volwassenen waarbij het principe van de ‘cocoonvaccinatie’ kan worden toegepast. ‘Cocoonvaccinatie’ is het vaccineren van de personen in de nabije contactomgeving van een zuigeling.
Voor iedere zwangere vrouw wordt kinkhoestvaccinatie tussen week 24 en week 32 van de zwangerschap aanbevolen, ongeacht of de vrouw voordien een herhalingsinenting kreeg. De antistoffen tegen kinkhoest die de zwangere vrouw door de vaccinatie aanmaakt, gaan via de placenta naar de foetus. Zo is de baby al van bij de geboorte beschermd tegen kinkhoest.

 


Welke zijn de symptomen?

Kinkhoest begint als een verkoudheid met neusloop, niezen, eventueel een beetje koorts en licht hoesten.

Binnen 2 weken wordt de hoest zwaarder en volgen er hoestaanvallen die vaak gepaard gaan met braken, ophoesten van dik kleverig slijm en moeizaam ademhalen. De hoestaanvallen zijn ’s nachts meestal erger. Dit kan erg uitputtend zijn, zowel voor het kind als voor de ouders, … . De periode van hoestaanvallen kan 1 tot 6 weken duren.

De hoest neemt daarna wel af, maar kan toch nog 3 tot 4 maanden blijven bestaan. Het hoesten bemoeilijkt vaak het eten, het drinken en het ademen. Het kind kan ooit blauw kleuren door zuurstofgebrek. Zorg ervoor dat het kind makkelijker kan ademen door het kind tussen hoestbuien rechtop te laten zitten en kalmeer het kind.

Volwassenen vertonen meestal weinig specifieke symptomen. Vaak hebben ze enkel last van een hoest, die mild tot hevig kan zijn. Deze hoest kan wel meer dan 3 weken aanhouden.

 


Wanneer dient u een arts te raadplegen?

U dient altijd een arts te contacteren indien er een vermoeden van kinkhoest is.


Raadpleeg uw arts als:

  • u of iemand in het gezin aanhoudend heftige hoestbuien heeft of wekenlang blijft hoesten.
  • u vragen heeft over de vaccinatie tegen kinkhoest of een herhalingsvaccin wenst als volwassene.


Neem dringend contact op met uw arts:

  • Wanneer uw kind kinkhoest heeft en:
    • niet of te weinig drinkt;
    • erg ziek is;
    • het benauwd heeft, snel of anders gaat ademen;
    • suf wordt;
    • moet braken;
    • kreunt of blijft huilen.

 

  • Wanneer iemand in het gezin kinkhoestverschijnselen vertoont en deze persoon of een ander gezinslid:
    • meer dan 34 weken zwanger is;
    • jonger is dan 1 jaar;
    • een hart- of longaandoening heeft.

Ook wanneer één van voorgenoemde personen in contact is gekomen met iemand die kinkhoest heeft dient u contact op te nemen met uw arts.

 


Wat kunt u er zelf aan doen?

  • Contacteer altijd uw arts wanneer er een vermoeden van kinkhoest is.
  • Laat kinderen hoesten en niezen in de handen en laat daarna de handen goed wassen. Indien de hoestbuien elkaar te snel opvolgen kunt u het kind eventueel in de elleboog laten hoesten of niezen.
  • Snuit de neus met een zuivere papieren zakdoek en gooi deze na gebruik meteen weg.
  • Zorg dat het kind voldoende rust, maar hij/zij hoeft niet in bed te blijven.
  • Tijdens de hoestaanvallen moet het kind gekalmeerd worden om te beletten dat het in ademnood geraakt.
  • Laat het kind zoveel mogelijk rechtop zitten tussen de hoestbuien door om de ademhaling te vergemakkelijken.
  • Om uitdroging tegen te gaan, geeft u best onmiddellijk na een hoestbui iets te drinken en iets lichts te eten aan uw kind, met kleine beetjes. Na een aanval is de kans groter dat het voedsel wordt binnen gehouden.
  • Probeer, indien mogelijk, kinderen jonger dan 1 jaar uit de buurt te houden van kinkhoestpatiënten.
  • Vrouwen die meer dan 34 weken zwanger zijn blijven best uit de buurt van mensen met kinkhoest.
  • Meld de besmetting op school of in het kinderdagverblijf zodat andere ouders weten dat hun kind misschien besmet is.
  • Uw kind kan best niet naar het kinderdagverblijf of naar school gaan, tot het genezen is.
  • Voor iedere zwangere vrouw wordt kinkhoestvaccinatie tussen week 24 en week 32 van de zwangerschap aanbevolen, ongeacht of de vrouw voordien een herhalingsinenting kreeg.
  • De vaccinatie tegen kinkhoest is opgenomen in het vaccinatieschema op een leeftijd van 8, 12 en 16 weken en op 15 maanden. Een herhaling is aanbevolen op de leeftijd van 5 tot 7 jaar (in het eerste leerjaar) en tussen 14 en 16 jaar (derde jaar secundair onderwijs).
  • Het vaccin en het doormaken van kinkhoest zorgen er niet voor dat u nooit meer kinkhoest kunt krijgen. Hierdoor is het belangrijk dat alle volwassenen zich opnieuw laten vaccineren voor kinkhoest. Vraag hiervoor advies aan uw huisarts.
 
 Vraag steeds het advies van uw arts en/of apotheker!